Mijn verhaal
Dit is wat er gebeurde en zo ging ik ermee om:
Ik voelde mij vooral…
Verhalen van duizenden jaren oud, over wie jij vandaag bent
Over dit boek
Over jaloers zijn op iemand die het beter deed. Over doorlopen terwijl je best had kunnen stoppen. Over zeggen dat iemand niet echt je vriend is, omdat er anderen bij staan.
Oeroude verhalen. Eerst het oude verhaal, dan — op het volgende scherm — je eigen leven: het schoolplein, de klas, de achterbank.Links staat het oude verhaal, rechts staat je eigen leven: het schoolplein, de klas, de achterbank. En daaronder een paar vragen waar geen goed antwoord op is. Soms is er ook een plek om er zelf iets over op te schrijven — niet om het op te lossen, maar om het even kwijt te zijn.
Dit is geen boek dat vertelt wat je moet vinden. Er komt geen les aan het eind. Wat je gelooft, mag je helemaal zelf uitzoeken — je hebt er je hele leven voor.
Vanaf een jaar of zes om samen te lezen. Vanaf een jaar of tien om alleen te lezen, en niemand te vertellen wat je hebt geantwoord.
Uit liefde
Uit liefde
Dit boek is speciaal voor jullie gemaakt. Omdat ik het zo belangrijk vind dat jullie de eeuwenoude, wijze lessen uit deze verhalen kunnen meenemen in jullie leven, óók zonder dat daar per se een religie aan vast hoeft te zitten.
Ik wil jullie een stevige basis meegeven voor de toekomst. Een basis van zelfacceptatie en vertrouwen, van geduld en empathie — niet alleen voor de mensen om jullie heen, maar bovenal voor jezelf.
Het staat jullie volkomen vrij om later wel of niet te geloven, zolang je maar met een open en zachte blik naar de wereld en naar jezelf blijft kijken.
En ik hoop dat deze spiegel, naast jullie drieën, ook vele andere kinderen mag helpen bij het ontdekken van hun eigen weg.
Liefs,
Papa
Voorwoord
Misschien denk je: wat heb ik nou aan verhalen van duizenden jaren oud? Verhalen over mannen in lange gewaden, uitgestrekte woestijnen, kamelen en houten boten?
Maar als je goed leest, lijken die mensen van vroeger precies op jou en mij. Ze waren soms bang in het donker, werden jaloers op een ander, wilden de baas spelen of wisten even niet meer wat ze moesten doen.
Verhalen uit de Bijbel lijken misschien op oude sprookjes. Maar ik zie ze liever als spiegels. Een spiegel oordeelt niet en geeft geen advies — hij laat alleen zien wat er is.
Hoe werkt dit boek?
Elk hoofdstuk bestaat uit twee schermen. Eerst lees je een oud verhaal, en ontdek je wat er nu eigenlijk gebeurt.
Swipe naar het volgende scherm, en we halen het verhaal naar jouw eigen leven. Naar het schoolplein, de klas, de achterbank.
Elk hoofdstuk bestaat uit twee kanten. Aan de linkerkant lees je een oud verhaal, en ontdek je wat er nu eigenlijk gebeurt.
Aan de rechterkant halen we het naar jouw eigen leven. Naar het schoolplein, de klas, de achterbank.
En onderaan staan een paar vragen. Er is geen goed antwoord. Er is ook niemand die jouw antwoord hoeft te horen.
Bij elk verhaal staat ook een uitspraak van de hofnar. Let maar niet op wat hij zegt — hij is een beetje naar en heeft nog helemaal niks geleerd van de lessen in dit boek!
Via het menu vind je ook "Mijn verhaal": een eigen plek om te schrijven, die alleen op jouw toestel bewaard blijft.
Pak de spiegel er maar bij. Wat zie jij als je erin kijkt?
Verantwoording
Dat ga je je onderweg vast afvragen. Er zit een boot in dit boek waar alle dieren ter wereld in passen. Een struik die brandt en niet opbrandt. Een vis die een man inslikt en hem drie dagen later weer uitspuugt. En achterin een graf dat op een ochtend leeg blijkt te zijn.
Ik ga je niet vertellen wat je daarvan moet denken.
Sommige mensen geloven dat het precies zo gebeurd is. Andere mensen lezen het als een beeld: een manier om iets te vertellen waar gewone woorden tekortschieten. Daar wordt al duizenden jaren over gepraat, door heel slimme en heel aardige mensen aan allebei de kanten. Ze zijn er nooit uitgekomen.
Verantwoording
Je zult merken dat in deze verhalen gewoon meedoet. Hij praat, hij vraagt dingen, hij wordt boos en hij verandert van gedachten. Zo staat het er nu eenmaal, en zo vertel ik het door.
Dat betekent niet dat ik zeg dat het zo is. Het betekent dat ik het verhaal niet ga verbouwen.
Wat er waar aan is, mag je zelf uitzoeken. Je mag daar je hele leven over doen.
Praktijk
Er zijn mensen die elke ochtend even stil zijn voordat de dag begint. Die aan tafel eerst iets zeggen voordat ze gaan eten. Die 's avonds terugkijken op hun dag. En die één dag in de week vrijhouden om na te denken over wat er toe doet.
Dat hoeft van dit boek allemaal niet. Maar er zit wel iets in dat werkt.
Als je dit boek in één keer uitleest, is het een leuk boek. Als je en toe een verhaal leest, wordt het iets anders.
Kies zelf maar
Op een vaste avond. Zondag bijvoorbeeld, als de week net om is en de nieuwe nog niet begonnen. Eén hoofdstuk. Niet meer.
Aan tafel. Niet het hele hoofdstuk — alleen één vraag, hardop. En iedereen geeft antwoord. Ook de grote mensen. Vooral de grote mensen.
Vlak voor je gaat slapen. Geen hoofdstuk. Alleen één vraag: wat heb je vandaag bijna niet gemerkt? Soms is dat iets kleins dat mooi was. Soms is het iemand die iets voor je deed zonder dat je het doorhad. Soms is het niks. En dan is het niks.
Of juist niet op een vast moment. Als er iets gebeurd is. Je was jaloers. Je liep door terwijl je had kunnen stoppen. Zoek dan zelf het hoofdstuk op dat daarover gaat.
Je mag hetzelfde hoofdstuk over een jaar nog eens lezen. Je antwoord is dan waarschijnlijk anders. Dat is niet erg. Dat is precies waar een spiegel voor is.
Verhalen
Oeroude verhalen, vertaald naar alles wat jij vandaag meemaakt.
Dit boek is nog niet af. Niet alle verhalen uit de Bijbel staan hier al, en er komen geregeld nieuwe bij. Is er een nieuw verhaal toegevoegd? Dan zie je dat vanzelf de volgende keer dat je de app opent.
De verhalen
Hierboven staan de verschillende thema's uit de verhalen. Klik op een thema om te lezen waar het over gaat en welke verhalen erbij horen.
Dit zijn de verhalen die jij favoriet hebt gemaakt.
Verhalen over rust nemen en stilstaan bij iets wat je normaal over het hoofd ziet.
Verhalen over ergens tegenop zien, iets nieuws en spannends, of je klein voelen.
Verhalen over jaloers zijn op een ander, of over broers en zussen die niet hetzelfde krijgen.
Verhalen over ruzie maken, terugslaan, en waarom regels daarbij kunnen helpen.
Verhalen over iets — of iemand — te stevig vasthouden.
Een verhaal over iets naars dat je overkomt, zonder dat er een makkelijk antwoord is.
Verhalen over gepest worden, buitengesloten raken, meedoen met een groep — of juist voor iemand opkomen.
Verhalen over verleiding, valsspelen, en eerlijk zeggen wat je denkt — ook als dat lastig is.

Van 1
Stel je voor dat er niets is. Geen grond, geen lucht. Alleen een donkere, kolkende soep van water en wind. Het is koud, aardedonker en één grote chaos.
Dan zegt : laat er licht zijn. En er is licht.
Maar met alleen licht ben je er nog niet. Dus begint het opruimen. God trekt grenzen. Tegen het water zegt hij: jij gaat naar beneden. Wat daarboven zit, gaan we lucht noemen.
Elke dag krijgt de wereld iets meer vorm. Planten komen omhoog, walvissen gaan zwemmen, overal kruipt van alles rond. Alles krijgt een eigen plek.
En op de zevende dag, als het grootste project ooit klaar is, gaat God zitten. Kijken naar wat er staat. En uitrusten.
Naar nu
Je kamer. Lego over de vloer, stiften eronder, kleren op een hoop, boeken half van je bed. En als je dan moet gaan slapen lukt dat niet, want je hoofd voelt net zo rommelig als je vloer.
Of een week. Maandag school en voetbal, dinsdag zwemles, woensdag een feestje, en donderdag ben je op. Dat is die kolkende soep.
Je kunt niet alles tegelijk opruimen. Maar je kunt één ding doen. Je stiften bij elkaar leggen. Of zeggen dat je woensdag niet komt. Eén grens is vaak genoeg om weer adem te halen.
Opruimen? Dacht het lekker niet. Ik veeg alles onder het tapijt, daar komt toch nooit iemand achter!
Spiegelzin
Het liefst zou ik alles onder mijn bed proppen en het rommelig laten, maar ik heb geleerd dat je chaos niet in één keer oplost — je begint gewoon bij één grens.

Van 3
en wonen in een tuin waar alles goed is. heeft ze één regel gegeven: blijf van die ene boom af.
En ja. Als iets niet mag.
Er is een slang die fluistert: neem er nou een hap van. Dan weet je pas echt hoe het zit.
Ze nemen een hap. En meteen is alles anders.
Hun ogen gaan open. Ze zien de wereld niet meer als een plek waar alles vanzelf goed komt. Ze snappen wat gevaar is. Ze kijken naar zichzelf en denken: wij hebben helemaal niets aan.
Voor het eerst schamen ze zich. Ze kruipen weg in de bosjes en hopen dat niemand ze ziet.
De tijd waarin ze nergens over nadachten, is voorbij. En die komt niet meer terug.
Naar nu
Je hoort per ongeluk iets dat niet voor jou bedoeld was. Grote mensen die ruzie maken in de keuken terwijl ze denken dat je slaapt. Of iets op het Jeugdjournaal waar je 's avonds nog aan moet denken.
Vroeger dacht je daar niet over na. Nu wel. En je kunt niet meer terug naar hoe het was.
Of dit. Je zegt iets gemeens en je ziet het gezicht van de ander veranderen. Op dat moment weet je precies wat je hebt gedaan. Je wordt er warm van en je wilt onzichtbaar zijn.
Sorry zeggen? Zal ik wel laten. Ik wijs gewoon naar de eerste de beste die in de buurt staat!
Spiegelzin
Het liefst zou ik doen alsof ik het niet had gehoord, maar ik heb geleerd dat je niet meer terug kunt naar niet-weten, hoe graag je dat soms ook zou willen.

Van 4
en zijn broers. Ze geven allebei een cadeau. Kaïn brengt graan van zijn land, Abel brengt zijn beste schaap.
En dan gebeurt er iets pijnlijks. vindt het cadeau van Abel mooi. Dat van Kaïn niet.
Kaïn wordt woedend. Niet meteen — het begint met een gezicht dat op onweer staat. God zegt tegen hem: pas op, dit gevoel ligt op de loer als een dier voor je deur. Jij kunt het de baas.
Maar hij luistert niet.
Hij vraagt zijn broer of hij meegaat het veld in. En daar slaat hij hem dood.
Als God later vraagt waar Abel is, zegt Kaïn: hoe moet ik dat weten? Moet ik soms op mijn broer passen?
Het is het eerste verhaal in de Bijbel over twee mensen die ruzie krijgen. Het loopt meteen zo slecht af als het maar kan.
Naar nu
Je hebt weken geoefend op je tekst voor de musical. Je kent elk woord. En wie krijgt de hoofdrol? Dat meisje dat gisteren pas voor het eerst kwam kijken. Zij krijgt alle complimenten.
Je zegt tegen een vriend: ze bakt er anders niks van.
Dat is dat groene monster. Je hoopt dat je zelf een stukje groter wordt door haar kleiner te maken.
Het werkt trouwens niet. Je voelt je er meestal beroerder door.
Blij zijn voor haar? Mooi niet. Ik zeg gewoon dat ze het toch niet verdiende!
Spiegelzin
Het liefst zou ik zeggen dat ze niet eens zo goed was, maar ik heb geleerd dat jaloezie meestal gewoon verdriet is met een vermomming om.

Van 6
De wereld is vol geworden van ruzie en lawaai. Het is één grote bende, en besluit opnieuw te beginnen.
Hij geeft de opdracht een enorme boot te bouwen. Midden op het droge. Iedereen ligt in een deuk: een schip op het land, hoe verzin je het.
Noach timmert door. Jaren.
Als het af is, gaat hij naar binnen met zijn gezin en van elke diersoort een stel. De deur gaat dicht.
En dan begint het te regenen. Het water stijgt en stijgt, en buiten wordt alles meegesleurd. Binnen, tussen de houten wanden, is het stil.
Veertig dagen. En daarna nog heel lang wachten tot er weer land is.
Naar nu
Het is onrustig in je klas. Ruzie op het plein, vervelende opmerkingen tijdens de pauze, iedereen is boos op iedereen en niemand weet meer waarom het begon. Je wordt er doodmoe van.
Jij gaat de hele klas niet veranderen. Dat kun je niet, en het is ook je taak niet.
Wat je wel kunt: niet meepraten. En twee mensen opzoeken bij wie het rustig is, om iets te doen dat niets met het gedoe te maken heeft.
Dat is jouw boot. Hij is niet groot. Maar hij drijft.
Iedereen meenemen? Vergeet het maar. Ik bouw mijn eigen boot en laat de rest lekker zwemmen!
Spiegelzin
Het liefst zou ik iedereen die ruzie maakt gewoon achterlaten, maar ik heb geleerd dat je de hele klas niet kunt veranderen — je kunt alleen je eigen boot bouwen.

Van 11
Iedereen op aarde spreekt dezelfde taal. Ze verstaan elkaar zonder moeite en ze kunnen alles samen.
Dan krijgen ze een groot idee. Laten we een toren bouwen die tot in de wolken komt. Dan ziet iedereen hoe geweldig wij zijn.
De toren gaat de lucht in. Steen op steen op steen.
En hoe hoger hij komt, hoe minder ze naar elkaar luisteren. Iedereen is bezig met de toren en niemand nog met de mensen ernaast.
Dan haalt hun taal door elkaar. Ze staan naast elkaar en verstaan er niets meer van. Het bouwen stopt en iedereen gaat een andere kant op.
De toren is nooit afgekomen.
Naar nu
Je bouwt met een paar vrienden een hut in de tuin. In het begin gaat het goed. Maar hoe groter de hut wordt, hoe meer iedereen zijn eigen zin wil doordrijven — de een wil een dak van takken, de ander van een deken, een derde vindt dat het allemaal anders moet. Iedereen roept, niemand luistert.
Jullie spreken allemaal Nederlands. En toch verstaan jullie elkaar niet.
Het enige dat helpt is even stil te zijn, naar iemand toe te lopen en gewoon te vragen: zullen we dit doen?
Naar hem luisteren? Nooit geweest. Ik hoop stiekem dat zijn hele toren instort!
Spiegelzin
Het liefst zou ik gewoon blijven roepen tot iedereen het met mij eens was, maar ik heb geleerd dat je elkaar niet beter verstaat door harder te roepen — alleen door echt te luisteren.

Van 12
heeft een prima leven. Een vaste plek, familie om zich heen, alles bekend. En hij is niet jong meer.
Dan zegt tegen hem: ga weg hier. Naar een land dat ik je wijzen zal.
Geen kaart. Geen adres. Geen idee hoe lang het duurt of hoe het eruitziet als hij er is. Alleen dat het goed zal zijn.
Hij pakt zijn spullen. Hij neemt zijn vrouw mee, en zijn neef, en alles wat hij bezit. En hij loopt de stadspoort uit.
Wat hij achterlaat is zeker. Wat hij tegemoet loopt is dat niet.
(Verderop in het boek heet hij Abraham. Dat is dezelfde man; hij krijgt onderweg een nieuwe naam.)
Naar nu
De avond voor je eerste dag op een nieuwe school. Of voor je eerste training bij een club waar je niemand kent. Je maag knijpt samen en je wilt onder je dekbed blijven tot het over is.
En dan ga je toch. Je fietst erheen, je zet je fiets neer, je loopt naar binnen. Dat is het engste stuk: die twintig meter.
Drie weken later fiets je er gewoon heen zonder erbij na te denken. En weet je niet meer precies waar je zo bang voor was.
Vertrekken? Ik denk het niet. Ik blijf lekker thuis en doe alsof de rest van de wereld niet bestaat!
Spiegelzin
Het liefst zou ik zeggen dat ik geen zin had, maar ik heb geleerd dat het engste stuk van iets nieuws bijna altijd maar twintig meter lang is.

Van 22
heeft heel lang op een zoon gewacht. Als er eindelijk is, is hij alles voor hem.
En dan vraagt hem het zwaarste wat er bestaat. Hij moet zijn zoon opgeven.
Abraham zegt niets terug. Hij staat 's ochtends vroeg op, zadelt zijn ezel en gaat op weg. Drie dagen lopen ze samen. Onderweg vraagt Isaak iets, en Abraham geeft een antwoord dat eigenlijk geen antwoord is.
Boven op de berg, op het allerlaatste moment, roept een engel hem toe. Stop. Doe hem niets.
Er staat een ram in de struiken.
Ze lopen samen naar beneden. Maar er staat nergens meer bij dat ze onderweg nog iets tegen elkaar zeiden.
Naar nu
Er is iets wat je heel graag hebt. Een vriendschap bijvoorbeeld. En juist omdat je die zo graag wilt houden, ga je er raar van doen.
Je wordt boos als hij een keer met iemand anders speelt. Je vraagt voor de tiende keer of jullie nog wel beste vrienden zijn. Je let op wie hij aankijkt in de pauze.
En dan gebeurt het gekke: door zo hard te knijpen, duw je hem weg.
Bij spullen werkt het anders dan bij mensen. Hoe steviger je een mens vasthoudt, hoe minder je overhoudt.
Delen? Echt niet. Ik hou hem zo stevig vast dat niemand anders meer bij hem in de buurt komt!
Spiegelzin
Het liefst zou ik hem voor mezelf houden, maar ik heb geleerd dat hoe steviger je een mens vasthoudt, hoe minder je overhoudt.

Van 28
Jakob is op de vlucht voor zijn broer. Hij heeft hem bedrogen en nu moet hij weg.
De avond valt en hij is nergens. Geen dorp, geen huis, geen mens. Hij gaat liggen in het zand en legt zijn hoofd op een steen.
En daar, op die steen, in het slechtste bed van zijn leven, droomt hij. Hij ziet een trap die van de grond tot in de hemel reikt, met engelen die op en neer gaan.
Als hij wakker wordt, kijkt hij om zich heen naar hetzelfde lege zand als gisteravond.
Hij zegt: was hier, en ik wist het niet.
Dan zet hij die steen rechtop, geeft de plek een naam — , huis van God — en loopt verder. Later krijgt zelf ook een nieuwe naam: Israël.
Naar nu
Je fietst elke dag door dezelfde straat. Je kent elke stoeptegel en er is niks aan.
Tot je op een ochtend stilstaat bij een spinnenweb dat vol dauwdruppels hangt en in de zon staat te glinsteren.
Die straat was gisteren precies hetzelfde. En eergisteren ook. Alleen keek je niet.
Het gekke is dat zulke momenten meestal niet komen op de dagen dat je er zin in hebt. Ze komen als je moe bent, of te laat, of chagrijnig.
Opletten? Waarom zou ik. Er gebeurt toch nooit iets bijzonders op zo'n saaie plek!
Spiegelzin
Het liefst zou ik doen alsof ik niets bijzonders zag, maar ik heb geleerd dat de gewoonste plekken soms precies zijn waar iets belangrijks gebeurt.

Van 37
heeft twaalf zonen en van houdt hij het meest. Dat verbergt hij niet. Hij geeft hem een prachtige jas, terwijl de anderen niets krijgen.
Jozef trekt hem elke dag aan.
En dan gaat hij ook nog zijn dromen vertellen. Ik droomde over , zegt hij, en die van jullie bogen voor die van mij. Even later heeft hij er nog een: de zon en de maan en elf sterren bogen voor mij.
Hij vertelt het gewoon. Hij ziet niet wat het doet.
Zijn broers worden gek van hem. Als hij op een dag naar het veld komt, gooien ze hem in een put. Even later halen ze hem eruit en verkopen ze hem aan een die voorbijkomt.
Zijn jas nemen ze mee naar huis. Tegen hun vader zeggen ze dat Jozef dood is.
Naar nu
Je haalt een dikke voldoende voor een toets waar je nauwelijks voor hebt geleerd. Je vertelt het meteen. En nog een keer. En dan nog een keer, aan iemand die het al gehoord had.
Naast je zit iemand die drie avonden heeft zitten blokken en een onvoldoende heeft.
Jij doet niets verkeerd. Je bent gewoon blij.
Maar er zit verschil tussen blij zijn en het steeds opnieuw vertellen. En dat verschil merk je bijna nooit als je zelf aan de goede kant zit.
Excuses? Kom nou. Ik duw hem gewoon in de eerste de beste put die ik tegenkom!
Spiegelzin
Het liefst zou ik zeggen dat ik niks verkeerd deed, maar ik heb geleerd dat blij zijn met jezelf en het steeds aan een ander laten weten twee heel verschillende dingen zijn.

Van 3
past op de schapen van zijn schoonvader. Hij is ver van huis en ver van iedereen. Vroeger woonde hij in een paleis. Nu loopt hij hier, met een stok.
Dan ziet hij iets vreemds. Een doornstruik staat in brand. Maar hij brandt niet op. De vlammen gaan door en de struik blijft staan.
Hij loopt ernaartoe om het beter te zien. En uit het vuur roept zijn naam.
Hij krijgt een opdracht: ga terug, en haal je volk daar weg.
Mozes begint meteen te sputteren. Wie ben ik nou? Ze geloven me nooit. Ik kan helemaal niet goed praten, dat weet u toch?
Vier keer probeert hij eronderuit te komen. Vier keer.
En dan gaat hij.
Naar nu
Morgen je spreekbeurt. Vanavond in bed bedenk je alles wat er mis kan gaan. Je stem doet raar. Je vergeet je tekst. Iemand lacht.
Je hoopt een klein beetje dat je ziek wordt.
En dan sta je er, en begint het. Het eerste zinnetje is het ergst. Daarna hoor je jezelf gewoon praten, en voor je het weet ben je bij je laatste plaatje.
De zenuwen gingen niet weg vóór je begon. Ze gingen weg terwijl je bezig was.
Gewoon doen? Mooi niet. Ik verzin een smoesje en ben er voorgoed vanaf!
Spiegelzin
Het liefst zou ik zeggen dat ik het vergeten was, maar ik heb geleerd dat de zenuwen pas weggaan zodra je toch begint.

Van 20
Het volk is vrij. Ze zijn weg uit Egypte en ze kunnen doen wat ze willen.
En dat gaat mis. Want als niemand iets heeft afgesproken, is degene met de grootste mond de baas. Overal in het kamp is ruzie: van wie is die geit, wie mag er als eerste bij de put, wie zei dat nou precies.
klimt de berg op. Beneden staat het hele volk te wachten, en de berg zelf rookt en dreunt alsof er onweer in zit. Daarboven geeft aan Mozes tien afspraken. De eerste paar gaan over God zelf. De rest gaat over hoe mensen met elkaar omgaan, en die zijn kort. Neem niet wat van een ander is. Zeg geen dingen over iemand die niet waar zijn. Loop niet de hele tijd te verlangen naar wat je buurman heeft. En: één dag in de week doe je niets.
Het zijn geen strafregels. Het zijn afspraken die ervoor zorgen dat je met elkaar kunt leven zonder dat het elke dag ruzie is.
Mozes komt de berg af met twee stenen platen in zijn armen, door God zelf beschreven.
Naar nu
Voetballen op het plein zonder scheidsrechter en zonder lijnen. De eerste twee minuten is het leuk. Dan pakt iemand de bal met zijn handen, roept iemand anders dat het buitenspel was, en is er ruzie.
Pas als je hebt afgesproken waar het doel staat en wat niet mag, kun je echt spelen.
Thuis werkt het net zo. Die regel dat de tablet of telefoon aan tafel weggaat, is irritant. Maar hij zorgt er wel voor dat er gepraat wordt.
Regels volgen? Dacht het niet. Ik verzin gewoon mijn eigen regels — precies zo dat ik altijd win!
Spiegelzin
Het liefst zou ik zelf de regels maken die alleen mij uitkomen, maar ik heb geleerd dat zonder regels niet de vrijheid wint, maar de sterkste.

Van 14
Ze zijn onderweg naar een nieuw land. Het is heet, het is zwaar, en het duurt lang.
Er worden twaalf mannen vooruitgestuurd om te kijken. Tien van hen komen terug met slecht nieuws: het is prachtig daar, maar de mensen zijn reuzen en wij zijn sprinkhanen. Twee zeggen: het kan wel.
Er wordt naar de tien geluisterd.
Die nacht huilt het hele kamp. Ze zeggen tegen elkaar: waren we maar in Egypte gebleven, daar hadden we tenminste eten. Ze vergeten even dat ze daar slaaf waren.
En dan lopen ze veertig jaar rond in de woestijn. Kinderen worden onderweg geboren en leren lopen in het zand; ze groeien op en krijgen zelf kinderen, zonder ooit iets anders gezien te hebben dan tenten en steen. Pas hun kinderen komen aan. Niet zij.
Naar nu
Je zit drie weken op een nieuwe school. Alles is anders, je weet nog niet waar je moet zitten in de pauze, en je mist je oude klas ineens vreselijk.
Terwijl je daar vaak baalde. Dat weet je best. Je voelt het alleen niet.
Dit is het lastigste stuk. Niet het begin en niet het eind, maar het midden. Het oude is weg en het nieuwe is er nog niet.
Dat duurt bij iedereen even. En bij niemand precies even lang.
Volhouden? Zoek het maar uit. Ik laat hem gewoon achter met al zijn gezeur over vroeger!
Spiegelzin
Het liefst zou ik zeggen dat ik nooit meer ga, maar ik heb geleerd dat het lastigste stuk altijd het midden is — niet het begin en niet het eind.

Van 17
Twee legers staan tegenover elkaar en er gebeurt niets. Elke dag komt naar voren en roept: stuur er maar één, dan vechten we het samen uit. Hij is enorm en niemand durft.
Veertig dagen lang.
Dan komt eten brengen voor zijn broers. Hij hoort het en zegt: ik doe het wel.
Koning Saul hangt hem een om. Een helm, een zwaard, het hele pak. David loopt drie stappen en zegt: hier kan ik niet in lopen, ik heb dit nog nooit gedragen.
Hij doet het uit. Hij pakt zijn stok en zoekt vijf gladde stenen uit de beek.
Goliat ziet hem aankomen en begint te lachen.
En dan gaat het heel snel.
Naar nu
Je doet mee met de grote kinderen. Zij duwen en trekken en zijn twee koppen groter. Als jij dat ook probeert, lig je binnen een minuut op de grond.
Maar jij bent sneller. En kleiner. En jij ziet gaten die zij niet zien.
Dat geldt niet alleen bij sport. Iemand in je klas kan heel goed praten en jij niet. Ga je hem nadoen, dan hoor je zelf dat het nep klinkt. Zeg je gewoon wat je zelf zou zeggen, dan hoor je dat het klopt.
Bang zijn? Nooit van gehoord. Ik maak die irritante bullebak gewoon een kopje kleiner!
Spiegelzin
Het liefst zou ik net zo hard doen als hij, maar ik heb geleerd dat je iemand niet verslaat door zijn harnas aan te trekken — alleen door jezelf te blijven.

Van 3
is net koning en hij is nog jong. Er komen twee vrouwen bij hem die allebei zeggen dat hetzelfde kind van hen is.
Er zijn geen . Er is geen bewijs. Het is het woord van de een tegen dat van de ander.
Salomo denkt na. En dan zegt hij iets vreselijks: haal een zwaard. We hakken het kind doormidden, dan krijgt ieder de helft.
Eén van de twee zegt: goed. Doe maar. Dan heeft geen van ons hem.
De ander schreeuwt: nee! Geef hem dan maar aan haar. Als hij maar blijft leven.
En dan weet Salomo genoeg. Geef het kind aan die tweede vrouw, zegt hij. Zij is de moeder.
Naar nu
Jullie trekken met z'n tweeën aan hetzelfde ding. Allebei roep je dat het van jou is.
En op een gegeven moment gaat het niet meer om dat ding. Het gaat erom dat je niet wilt toegeven.
Je hoort het kraken. En je trekt nog een keer.
Als een van jullie dan loslaat, denkt de ander meestal: gewonnen. Maar degene die losliet, was degene die nog wist waar het over ging.
Toegeven? Echt niet. Ik duw door tot het breekt — puur om te winnen!
Spiegelzin
Het liefst zou ik blijven zeuren tot ik gelijk kreeg, maar ik heb geleerd dat wie het eerst loslaat vaak nog het beste weet waar het echt over ging.

Van 38
Job raakt in korte tijd alles kwijt. Zijn dieren, zijn huis, de mensen van wie hij hield. Daarna wordt hij ook nog ziek. Hij zit in het stof en snapt er niets van.
Drie vrienden komen langs. Zeven dagen zeggen ze niets. Ze zitten alleen maar naast hem.
Dan beginnen ze te praten, en alle drie zeggen ze hetzelfde: je moet iets fout hebben gedaan.
Job blijft vragen. Waarom? Waarom ik? Er komt geen antwoord.
Tot er een storm opsteekt. Uit die storm spreekt , en Job denkt: nu hoor ik het eindelijk. Maar God geeft geen antwoord. Hij stelt vragen.
Waar was jij toen de aarde werd gemaakt? Weet jij waar de sneeuw wordt bewaard? Kun jij een wilde ezel temmen?
Bijna honderd vragen. En niet één antwoord.
En als de storm gaat liggen, is Job rustig.
Naar nu
Er gebeurt iets heel naars bij een kind uit je klas. En op het plein zegt iemand: "Ja, zijn vader rijdt ook altijd veel te hard."
Zulke zinnen zeggen we omdat we bang zijn. Als er een reden is, kan het ons niet overkomen. Maar er is niet altijd een reden.
En dan dat andere moment. Je staat naast iemand die verdrietig is en je weet niet wat je moet zeggen. Alle zinnen die je bedenkt klinken stom. Dus zeg je maar niks en loop je door.
Terwijl diegene misschien helemaal geen zin nodig had. Alleen iemand die bleef zitten.
Naast hem gaan zitten? Geen tijd voor. Ik denk gewoon: gelukkig ben ik het niet, en ga lekker verder met mijn dag!
Spiegelzin
Het liefst zou ik denken: gelukkig ben ik het niet, maar ik heb geleerd dat een reden zoeken meestal jezelf troost, niet de ander.

Van het boek
zegt tegen Jona: ga naar . Dat is de stad van de vijand, en Jona heeft geen zin. Dus gaat hij precies de andere kant op.
Er komt een storm. Hij wordt overboord gegooid, een reusachtige vis slikt hem in, en drie dagen later spuugt die hem uit op het strand.
Dan loopt hij alsnog naar Ninevé. Hij zegt één zin. En tot zijn verbijstering luistert de hele stad. Iedereen zegt sorry en gaat het anders doen.
Het loopt dus fantastisch af. En Jona is woedend.
Hij gaat buiten de stad op een heuvel zitten mokken. Boven zijn hoofd groeit een plant die hem schaduw geeft, en dáár is hij dolblij mee. Maar de volgende ochtend knaagt een wormpje de steel kapot. De plant verdroogt, de zon brandt, en Jona wil niet meer verder.
Dan stelt God hem de laatste vraag: je bent kapot van een plantje dat je niet eens zelf hebt geplant. En al die duizenden mensen dan?
Het boek stopt daar. We horen nooit wat Jona antwoordde.
Naar nu
Er is een kind in je klas dat al het hele jaar vervelend doet. Jij weet precies wie hij is. Dat is die pestkop. Klaar.
En dan biedt hij een keer zijn excuses aan, en de juf zegt dat hij weer mag meedoen. Iedereen is blij. En jij staat ernaast en voelt iets raars: je baalt. Je hoopt eigenlijk een beetje dat hij het weer verpest.
Dat komt niet doordat je gemeen bent. Het komt doordat je hem al een vast plekje had gegeven in je hoofd, en dat plekje klopt nu niet meer.
Blij voor hem zijn? Vergeet het. Ik hoop stiekem dat hij het weer verpest, precies nu het eindelijk goed gaat!
Spiegelzin
Het liefst zou ik hopen dat hij het weer verpest, maar ik heb geleerd dat ik hem dan nog steeds vastzet op de plek die ik hem ooit gaf — ook als hij daar allang niet meer past.

Van 4
is veertig dagen alleen in de woestijn. Geen eten, geen mensen, alleen zand en zijn eigen gedachten. Hij is uitgeput en rammelt van de honger.
En dan komt de duivel naast hem lopen. Hij klinkt vriendelijk en hij heeft drie voorstellen. Het slimme is: ze klinken alle drie heel redelijk.
Je hebt honger. Kijk, overal stenen. Maak er brood van.
Ga op het hoogste puntje van de tempel staan en spring. Er komen engelen die je opvangen, en de hele stad ziet het. Dan weet iedereen meteen wie je bent.
Kijk naar alle landen van de wereld. Vandaag nog van jou. Je hoeft alleen even te buigen.
Drie keer zegt hij nee. Niet omdat eten of gezien worden of iets te zeggen hebben slecht zijn. Maar omdat hij ze zo niet wil krijgen.
Dan is de duivel weg. En staat hij daar nog steeds. Met honger. En moet hij gewoon gaan lopen.
Naar nu
Je speelt al dagen op hetzelfde level en het lukt maar niet. In de app zie je: koop deze upgrade en je hebt het meteen. Je koopt hem. Je wint. Maar binnen een paar minuten is de lol eraf, want je hebt eigenlijk niks gewonnen — en je bent ook nog eens geld kwijt.
Of je maakt een werkstuk over vulkanen en je plakt er een stuk tekst in dat je zelf niet snapt. Je krijgt een prima cijfer. En als iemand je daarna een vraag stelt over je eigen werkstuk, weet je even niet waar je moet kijken.
De korte weg wérkt bijna altijd. Alleen jij weet hoe je er gekomen bent.
Het eerlijk verdienen? Waarom zou ik. Ik koop het gewoon en doe alsof ik het zelf heb gepresteerd!
Spiegelzin
Het liefst zou ik het gewoon kopen, maar ik heb geleerd dat de korte weg je nooit de voldoening geeft van iets dat je zelf hebt verdiend.

Van 5
zit op een berghelling met een grote groep mensen om zich heen. Hij begint over een regel die iedereen kent: oog om oog. Doet iemand jou pijn, dan mag jij hem precies evenveel pijn doen. Netjes afgemeten.
En dan zegt hij iets vreemds. Krijg je een klap op je ene wang? Draai dan je andere wang naar hem toe.
Hij geeft nog zo'n voorbeeld. In die tijd mocht een soldaat je dwingen zijn tas een te dragen. Jezus zegt: draag hem twee mijl.
Dat is geen slap overgeven. Het is iets anders. Zolang jij automatisch terugslaat, bepaalt de ander wat jij doet. Op het moment dat je iets doet wat hij niet had zien aankomen, ben jij het weer die kiest.
Naar nu
Je broertje port in je zij. Jij port terug. Binnen een minuut is het oorlog op de achterbank.
Doe je één keer helemaal niets — niet zuchten, niet kijken, niets — dan gebeurt er iets geks. Hij port nog een keer. En dan houdt het op. De lol was jouw reactie.
Maar dit werkt niet altijd. Bij plagen bijna wel. Bij echt pesten, dag na dag, werkt het niet, en het is ook niet jouw taak om dat in je eentje op te lossen. Dan is de sterkste zet niet je andere wang, maar iemand halen.
Dat is geen klikken en geen zwakte. Je haalt er iemand bij die groter is dan het probleem.
Rustig blijven? Mooi niet. Ik sla keihard terug — met rente!
Spiegelzin
Het liefst zou ik keihard terugslaan, maar ik heb geleerd dat wie automatisch terugslaat, nog steeds doet wat de ander wilde.

Van 7
vertelt een grapje. Echt, het is bedoeld als grap.
Stel je iemand voor die tegen zijn buurman zegt: wacht even, er zit een splintertje in je oog, laat mij het er even uithalen.
Alleen heeft die man zelf een balk in zijn eigen oog. Een hele balk. Een plank van een dak.
De mensen die het horen moeten lachen, want het beeld is belachelijk. Zo iemand ziet helemaal niets. Hij komt met die balk niet eens in de buurt van dat andere oog.
En dan komt de zin die het grapje omdraait: haal eerst die balk bij jezelf weg. Dan zie je pas scherp genoeg om je buurman echt te helpen.
Naar nu
Je roept keihard door het huis dat je zusje haar schoenen wéér midden in de gang heeft gesmeten. Terwijl je eigen kamer eruitziet alsof er iets ontploft is.
Of op school. Je vindt het echt asociaal dat iemand steeds door de juf heen praat, en je zegt het tegen twee anderen. Wat je even niet meerekent, is dat jij gisteren precies hetzelfde deed.
Het gekke is dat je het bij jezelf niet ziet. Niet omdat je liegt. Maar omdat je bij jezelf van binnenuit kijkt en bij een ander van buitenaf. Bij jezelf weet je waaróm je het deed. Bij een ander zie je alleen wát hij deed.
Naar mezelf kijken? Ik dacht het niet. Ik wijs liever naar haar rotzooi en laat mijn eigen balk lekker staan!
Spiegelzin
Het liefst zou ik alleen naar haar rotzooi wijzen, maar ik heb geleerd dat ik zelf ook een balk heb — ik zie hem alleen nooit.

Van 19
Er komt een jongeman naar toe. Hij is rijk, hij is aardig, en hij doet echt zijn best. Hij vraagt: wat moet ik nog meer doen om goed te leven?
Waarschijnlijk verwacht hij te horen dat hij het prima doet.
Maar het antwoord is: verkoop alles wat je hebt, geef het weg, en ga mee.
De jongeman staat daar. Hij zegt niets terug. Hij draait zich om en loopt weg. En er staat één klein zinnetje bij dat het hele verhaal draagt: hij ging verdrietig weg, want hij bezat heel veel.
Hij is niet boos. Hij is verdrietig. Hij wíl wel. Maar zijn spullen hebben hem steviger vast dan hij ze heeft.
Naar nu
Je krijgt iets nieuws waar je hartstikke blij mee bent. En de rest van de dag ben je er vooral bang voor. Je neemt het niet mee naar buiten, want straks valt het. Je laat niemand het vasthouden.
Buiten roepen ze of je komt helpen met de hut. En jij zit binnen op je nieuwe ding te passen.
Of je koffer voor op kamp. Je propt hem vol met alles wat je misschien nodig hebt, en op de heenweg sjouw je je rot. De helft komt er nooit uit.
Delen? Echt niet. Ik dump al mijn rotzooi bij een ander, dan reis ik zelf lekker licht!
Spiegelzin
Het liefst zou ik gewoon alles houden, maar ik heb geleerd dat spullen je niet vrijer maken — je moet ze ook bewaken, schoonhouden en niet kwijtraken.

Van 10
Iemand vraagt aan : wie moet ik eigenlijk helpen? Wie hoort er bij mij?
Jezus antwoordt met een verhaal. Een man loopt over een eenzame weg en wordt overvallen. Ze slaan hem neer en laten hem halfdood in de berm liggen.
Er komt iemand belangrijks aan. Hij ziet de man liggen, steekt over, en loopt aan de andere kant van de weg verder. Even later komt er nog zo iemand. Ook die steekt over.
Dan komt er een langs. En dat is nou precies iemand uit het verkeerde kamp: de mensen die naar dit verhaal luisteren, moeten niets van Samaritanen hebben.
Hij stopt. Hij verzorgt de wonden, zet de man op zijn eigen ezel, brengt hem naar een en betaalt voor hem.
Aan het eind draait Jezus de vraag om. Niet: wie hoort er bij jou? Maar: wie werd er hier een ?
Naar nu
Op het plein gaat iemand hard onderuit. Niet zomaar iemand: dat is dat stoere kind dat vorige week nog rot tegen je deed. Je eerste gedachte is: eigen schuld.
Je blijft staan. En in die paar seconden bedenk je drie redenen om door te lopen. Je komt te laat. Er staan al anderen bij. En hij wil vast helemaal niet dat jíj hem helpt.
Die redenen zijn niet gelogen. Ze kloppen alle drie een beetje.
Dat is precies wat ze zo handig maakt.
Stoppen om te helpen? Waarom zou ik. Hij zou mij toch zeker ook niet helpen!
Spiegelzin
Het liefst zou ik gewoon doorlopen, maar ik heb geleerd dat de vraag niet is wie mijn hulp verdient, maar wie ik word als er iemand ligt.

Van 15
Een vader heeft twee zonen. De jongste wil niet wachten en vraagt zijn deel van het geld nu alvast. Hij vertrekt, geeft alles uit, en houdt niets over. Uiteindelijk werkt hij tussen de varkens en heeft hij zo'n honger dat hij het varkensvoer wil eten.
Hij besluit terug te gaan, en oefent onderweg zijn sorry.
Maar zijn vader ziet hem al van heel ver aankomen. Hij heeft dus staan kijken. Hij rent naar hem toe, en er komt een feest. Muziek, eten, alles.
De oudste zoon staat op het land. Hij hoort de muziek, hij hoort wat er aan de hand is, en hij weigert naar binnen te gaan. Al die jaren, zegt hij, heb ik hier gewerkt. En ik heb nooit een feest gehad.
Dan gaat de vader ook naar buiten. Naar hem toe.
Wat de oudste zoon daarna deed, staat er niet bij.
Naar nu
Je broertje maakt iets stuk en krijgt een knuffel. Jij kreeg vorige week op je kop voor iets veel kleiners. Je zegt er niks van, maar er gaat wel iets in je zitten.
Of dit: iemand die het hele jaar niks deed aan de groepsopdracht krijgt bij de presentatie precies dezelfde complimenten als jij, die er drie avonden aan hebt gezeten.
Op zo'n moment ben jij de oudste broer. Je hebt niets fout gedaan — dat is juist het punt. Je hebt alles goed gedaan en het lijkt alsof niemand het gezien heeft.
Dat is een eenzaam soort boos.
Blij zijn voor hem? Nou nee. Ik geef hem een feestje dat hij nooit vergeet!
Spiegelzin
Het liefst zou ik zeggen dat ik het feest niet erg vond, maar ik heb geleerd dat je best jaloers mag zijn op een feestje — zolang je het ook een keer hardop zegt.

Van 4
Het is midden op de dag en snikheet. is moe van het lopen en gaat bij een put zitten.
Er komt een vrouw water halen. Dat is raar, want niemand haalt water op het heetst van de dag. Waarschijnlijk komt ze juist dan, omdat er dan niemand is.
En dan gebeurt er iets wat helemaal niet hoort. Hij vraagt haar iets. Geef mij eens wat te drinken.
Dat klinkt klein, maar dat is het niet. Zij hoort bij het verkeerde volk, ze is alleen, en eigenlijk zou hij moeten doen alsof hij haar niet ziet. In plaats daarvan vraagt hij haar om hulp — want zij heeft de emmer en hij niet.
Ze raken aan de praat. Het wordt het langste gesprek dat in het hele boek van hem beschreven staat. En daarna gaat zij het aan de hele stad vertellen.
Naar nu
Er zit iemand bij jou in de klas met wie je nooit praat. Niet omdat je iets tegen hem hebt. Het is er gewoon nooit van gekomen, en inmiddels zou het raar zijn om te beginnen.
Als je aardig wilt doen, denk je meestal aan geven. Je vraagt of hij mee komt doen. Dat is lief bedoeld, maar het zegt ook: ik sta binnen, jij staat buiten, en ik laat je erin.
Er is iets wat beter werkt en dat nog makkelijker is ook. Vraag hem iets. Of je zijn gum mag lenen. Of hij weet hoe je dat ene level uitkomt.
Wie iets vraagt, maakt van de ander even degene die kan helpen.
Een praatje beginnen? Veel te veel moeite. Ik kijk gewoon nooit die kant op!
Spiegelzin
Het liefst zou ik gewoon nooit kijken, maar ik heb geleerd dat je iemand niet gemeen hoeft te doen om hem toch nooit te zien.

Van 8
Er komt een grote groep mensen aan en ze duwen een vrouw voor zich uit. Ze heeft iets gedaan wat niet mocht, en volgens de regels van die tijd mag ze daarvoor met stenen bekogeld worden.
Ze zetten haar midden in de kring. Iedereen kan haar zien. En dan vragen ze aan : en, wat vind jij ervan?
Hij zegt niets. Hij bukt en schrijft met zijn vinger iets in het zand. Wat hij schreef, staat er niet bij. Niemand weet het.
Ze blijven doorvragen. Dan komt hij overeind en zegt één zin: wie van jullie zelf nooit iets fout heeft gedaan, mag de eerste steen gooien.
En dan bukt hij weer, en schrijft verder.
Het wordt stil. En één voor één lopen ze weg. De oudsten het eerst.
Naar nu
Op het schoolplein begint iemand over een klasgenoot. Er komt een tweede opmerking. Dan een derde, met een gemene grap erbovenop. Binnen twee minuten doet bijna iedereen mee.
Jij zegt ook iets. Niet het ergste — jij bent slimmer, jij zegt iets grappigs. Iedereen lacht. Dat voelt goed.
's Avonds in bed denk je er nog een keer aan. In je eentje, zonder dat gelach eromheen, klinkt jouw zinnetje ineens heel anders.
Het gekke aan een groep is dat niemand zich verantwoordelijk voelt. Iedereen denkt: ik deed maar een klein stukje. Bij elkaar opgeteld was het geen klein stukje.
Niet durven gooien? Zeg dat dan gewoon. Geef mij de grootste steen maar!
Spiegelzin
Het liefst zou ik alleen dat ene grapje gezegd hebben, maar ik heb geleerd dat een groep je nooit verantwoordelijk laat vóélen — ook als je het wél was.

Van 26 en 22
weet dat er iets ergs gaat gebeuren. Bij het laatste eten met zijn vrienden zegt hij het hardop: straks laten jullie me allemaal alleen.
wordt bijna boos. Ik niet. Nooit.
Later die avond zit Jezus in een tuin en hij is bang. Echt bang. Hij vraagt zijn drie beste vrienden om wakker bij hem te blijven. Als hij terugkomt, slapen ze. Hij maakt ze wakker. Als hij weer terugkomt, slapen ze alweer.
Dan komen de soldaten. En dan rennen ze allemaal weg.
Alleen Petrus loopt op afstand mee, tot op een binnenplaats waar een vuurtje brandt. Iemand kijkt hem aan en zegt: jij hoorde toch bij hem? Nee. Even later weer. Ik ken die man niet. En een derde keer. Ik weet niet waar je het over hebt.
Dan kraait er een haan. Petrus staat op, loopt naar buiten en huilt.
Wat er daarna gebeurt is het ergste. Jezus wordt gedood. Zijn vrienden zijn er niet bij; een paar vrouwen staan op afstand te kijken. Hij wordt in een graf gelegd en er gaat een steen voor.
En op de derde dag is dat graf leeg.
Naar nu
Je hebt een vriend van vroeger. Jullie hebben duizend keer bij elkaar gespeeld. Maar op school hoort hij niet bij de groep waar jij nu bij hoort.
En dan staat hij ineens naast je op het plein, waar iedereen bij is. Iemand vraagt lachend: is dat een vriend van jou? En jij haalt je schouders op en zegt: valt wel mee.
Je hebt niet gelogen, vind je zelf. Je hebt het alleen even kleiner gemaakt. Maar hij heeft het gehoord, en jij weet dat hij het gehoord heeft, en de rest van de dag zit het in je maag.
deed het drie keer op één avond. En hij was echt de beste vriend die er was.
Eerlijk zijn dat ik met hem omga? Zal ik wel laten. Straks weten ze dat ik ook een sukkel ben!
Spiegelzin
Het liefst zou ik zeggen dat hij niet echt mijn vriend was, maar ik heb geleerd dat ik dat meestal alleen zeg als ik zelf bang ben — en dat is een heel gewone reden.

Van 20
Na alles wat er gebeurd is, zitten de vrienden bij elkaar achter een dichte deur. Ze zijn bang.
is er die keer niet bij. Als hij terugkomt, praat iedereen door elkaar heen: we hebben hem gezien.
Thomas gelooft het niet. Hij zegt: ik wil het zelf zien. Ik wil het met mijn eigen handen voelen. Anders niet.
Dat is een moedige zin, want hij staat er helemaal alleen mee. Al zijn vrienden zeggen iets anders dan hij.
Een week later is hij er wél bij. En dan hoort hij: kom maar. Kijk maar. Voel maar.
Er staat niet bij of Thomas dat toen ook echt gedaan heeft. Alleen dat hij niet meer twijfelde.
Hij heeft er een bijnaam aan overgehouden die nergens op slaat: ongelovige Thomas. Terwijl hij de enige was die hardop zei wat hij dacht.
Naar nu
Op school gaat een verhaal rond. Iemand heeft iets gedaan, of er gaat iets gebeuren, en iedereen weet het zeker. Vraag je waar ze het vandaan hebben, dan zegt iemand: van Sem gehoord. En Sem heeft het van iemand anders.
Als jij dan vraagt "weet je dat zeker?", kijken ze je aan alsof je vervelend doet. Meeknikken is makkelijker.
En dan die andere kant. Je zit in de klas en je snapt de som niet. Je kijkt om je heen en niemand steekt zijn vinger op. Dus jij ook niet. Achteraf blijkt dat de halve klas het niet snapte.
Wie iets vraagt, vraagt het meestal voor meer mensen dan alleen zichzelf.
Vragen stellen? Zonde van de tijd. Ik knik lekker overal in mee en noem hém de rare van het stel!
Spiegelzin
Het liefst zou ik meeknikken zonder iets te snappen, maar ik heb geleerd dat wie een vraag durft te stellen, dat meestal voor meer mensen doet dan alleen zichzelf.

Van 2
De vrienden zitten met z'n allen in één huis. Opeens klinkt er een geluid als van harde wind, en het is alsof er kleine vlammen boven hun hoofden staan.
Ze gaan naar buiten, de straat op. Het is druk in de stad. Er zijn mensen uit alle windstreken.
En dan komt het wonderlijke deel. De vrienden praten, en iedereen die het hoort, hoort het in zijn eigen taal. Niet: iedereen gaat opeens dezelfde taal spreken. Iedereen hoort het in de taal van thuis.
De mensen snappen er niets van. Sommigen zeggen: die hebben te veel gedronken. Later vertellen de vrienden dat het de was die over hen kwam.
Weet je die toren nog, van eerder in dit boek? Daar liep het mis toen iedereen hetzelfde was en toch niet meer luisterde. Hier gebeurt precies het omgekeerde.
Naar nu
Er komt een nieuw kind in de klas dat nog bijna geen Nederlands spreekt. En de hele klas gaat langzaam en hard praten, alsof hij een beetje doof is.
Dan is er één iemand die iets anders doet. Die gaat naast hem zitten en wijst dingen aan. Of tekent het even. Of leert drie woorden in zijn taal en zegt ze helemaal verkeerd, waar iedereen om moet lachen — hij ook.
Dat werkt. Niet omdat het handiger is, maar omdat die ene niet zat te wachten tot de ander werd zoals hij.
Rustig aanpassen? Zoveel moeite. Ik stamp het gewoon in zijn oor als het nodig is!
Spiegelzin
Het liefst zou ik gewoon harder praten, maar ik heb geleerd dat je elkaar niet beter verstaat door je stem te verheffen — alleen door net iets anders te doen dan de rest.

Van 9
is een gevaarlijke man. Hij jaagt op de vrienden van en zorgt dat ze opgepakt worden. Iedereen kent zijn naam en iedereen is bang voor hem.
Op de weg naar de stad gebeurt er iets. Er is een fel licht en hij valt op de grond. Hij hoort een stem die zijn naam zegt en vraagt: waarom doe je mij dit aan? Als hij overeind komt, kan hij niets meer zien. Drie dagen zit hij in het donker. Hij eet niet en hij drinkt niet.
In diezelfde stad woont . zegt tegen hem: ga naar Saulus toe.
Ananias schrikt zich rot en zegt het gewoon hardop. Weet u wel wie dat is? Ik heb gehoord wat die man doet. Hij is hiernaartoe gekomen om ons op te halen.
Maar hij gaat. Hij loopt dat huis binnen, legt zijn handen op de schouders van de gevaarlijkste man die hij kent, en zegt: Saul, mijn broeder.
Naar nu
Het kind dat je het hele jaar heeft gepest, komt naar je toe en zegt sorry.
Je gelooft er niets van. Dat is ook niet gek — je hebt honderd keer meegemaakt dat hij aardig deed en daarna weer niet. Je gezicht staat al op nee voordat je iets hebt gezegd.
En hier zit iets moeilijks. Iemand die wil veranderen, kan dat bijna nooit alleen. Hij heeft iemand nodig die hem alvast een keer gelooft, terwijl het nog helemaal niet zeker is.
Dat hoef jij niet te zijn. Als hij jou al die tijd heeft gepest, is dat echt niet jouw taak. Maar iemand moet het doen, anders blijft hij precies wie hij was.
Hem nog een kans geven? Eens een leugenaar, altijd een leugenaar. Dat weet ik als geen ander!
Spiegelzin
Het liefst zou ik hem nooit meer vertrouwen, maar ik heb geleerd dat wie echt wil veranderen bijna nooit alleen verandert — hij heeft iemand nodig die hem alvast één keer gelooft.
Nawoord
Dit waren ze. Verhalen, sommige duizenden jaren oud.
Wat opvalt als je ze achter elkaar leest, is hoe weinig mensen veranderd zijn. Ze waren jaloers op hun broer. Ze liepen door terwijl er iemand lag. Ze deden alsof ze hun vriend niet kenden toen het spannend werd.
Dat is misschien niet vrolijk. Maar het is wel geruststellend. Wat jij voelt is niet raar en niet nieuw.
De verhalen lossen niets voor je op. Ze helpen je alleen beter naar jezelf te kijken.
Terug naar het gewone leven
Het echte werk begint als je dit boek dichtslaat. Een lelijke opmerking inslikken. Iemand opzoeken die er alleen bij staat. Een keer niets terugdoen. Vragen: weet je dat zeker?
Veel meer is het niet.
Mijn verhaal
Alle verhalen in dit boek zijn ooit door iemand opgeschreven, omdat er iets gebeurd was dat hij niet wilde vergeten.
Nu jij.
Typ hier iets op dat jou is overkomen. Het hoeft niet bijzonder te zijn.
Over duizenden jaren is dit ook een oud verhaal.
Mijn verhaal
Ik voelde mij vooral…
Voor ouders en verzorgers
Dit boek stelt vragen waar geen goed antwoord op is. Dat is geen bescheidenheid; dat is de bedoeling.
Verbeter het antwoord niet. Zegt een kind dat het niet jaloers was terwijl u zag van wel, laat het dan staan. De vraag heeft zijn werk gedaan op het moment dat hij gesteld is.
Stilte is ook een antwoord. Soms betekent “weet ik niet” gewoon: niet nu, en niet aan u.
Voor ouders en verzorgers
Geef zelf ook antwoord. Kinderen praten pas eerlijk als er iemand vóór hen eerlijk is geweest. Een volwassene die vertelt wanneer hij zelf doorliep, doet meer dan tien vragen.
En pas op met de timing. Een kind mag zelf een hoofdstuk opzoeken na een rotdag; dat is precies waar dit boek voor is. Maar als ú het aandraagt, tien minuten na de ruzie waar het over gaat, is het geen spiegel meer. Dan is het een preek met een omweg. Wacht een dag.
Dankwoord
Dit boek begon als iets voor drie kinderen aan mijn eigen tafel. Dat het nu ook bij jou terecht is gekomen, vind ik nog steeds bijzonder.
Ik hoop dat er ergens tussen deze bladzijden een verhaal zat dat iets voor je deed. Een vraag die bleef hangen. Een spiegelzin die je een tweede keer las.
Deze app is gratis, zodat hij zoveel mogelijk kinderen kan bereiken — en dat blijft zo.
Installeer de app voor snelle toegang, zonder adresbalk — net als een gewone app.
Er is een update van De Spiegelbijbel beschikbaar. Ververs de app om de laatste versie te gebruiken.
Kom kijken wat er is toegevoegd aan De Spiegelbijbel.